De historie van het Gilde
Het woord “gilde of ge-hilde”stamt
af uit de germaanse tijd en herinnert ons aan een germaans offer ter
herdenking van de overleden gepaard gaande aan een feestmaal en veel drank. Nu
nog spelen de elementen van offer, herdenking van overledenen en een feestmaal
een belangrijke rol bij het gilde.Het
germaanse “gilde” is een
verbond van vrije mannen met als doel onderlinge hulp en trouw.Ieder gilde is
toegewijd aan een heldense god. Deze wordt later vervangen vanwege het
christendom, door een patroonsheilige.
De
kerkelijke gilden werden gesticht door een groepering gelovigen die een
bijzondere verering voor een bepaalde heilige had. In dit kerkelijke verband
kreeg het gilde de naam “Broederschap”waarin de christelijke naastenliefde
bovenaan stond. Bij de broederschap was het “vivere cum ecclesia” (leven
met de kerk).
Daarnaast
ontstond er een schuttersgilde dat afstamt van het werkwoord “schutten” is
beschermen. Dit gilde bestond uit een groep weerbare mannen, die zich ten doel
stelden, de gemeenschap te dienen met wapenen en waar nodig was te verdedigen
tegen aanslagen van buitenaf en binnen de gemeenschap.Aan deze taak kleefde
trouw aan de landsheer of de vorst. Zij kwamen in het geweer van de schout.
Leger en politie waren in die tijd nog niet zo georganiseerd als nu.
Ondertussen wordt dan ook de verbinding der schutterijen gerealiseerd met de kerkelijke en wereldlijke overheid. Vandaar dat zij een kerkelijke of wereldlijke gezagsdrager als “deken”kregen en in de talrijke processies een vaste ereplaats innamen.
In
de moederkerk had het gilde meestal een eigen altaar. Op de feestdag van de
patroonsheilige ontplooide het gilde zijn hele pracht en praal. Het altaar
werd in de kaarsen gezet. Alle gildenbroeders en zusters verschenen in vol
ornaat om te bidden voor de levende broeders dat God hun sterkt in het goede
leven en voor de doden, dat God hun de eeuwige rust geeft.
Na de Heilige Mis gingen de gildenbroeders zonder hun vrouwen naar het gildenhuis
om te teren.
Het
Gilde Salvator Mundi is ontstaan in 1414. Wie het heeft opgericht dat weten we
niet, misschien dat we na veel speurwerk daar nog weleens achter komen.
Belangrijke stukken hiervan zijn in de loop der jaren verloren gegaan door tal
van oorlogen.
Oeffelt
behoorde tot ±
1400 bij het Land van Cuijk. Maar de hertog van Cuijk was in oorlog met de
heren van Gennep met als inzet Oeffelt. De Heerlijkheid Gennep heeft deze slag
gewonnen en Oeffelt behoorde tot de Heerlijkheid Gennep. De Heerlijkheid
Gennep was een leen van de Heer van Brederode. In 1413 is er een verdeling
gekomen onder de familie van Brederode, n.l. Johan, Walraven, Willem en hun
zuster Margaretha, die getrouwd was met Johan Heer van Heinsberg. Tegen deze
Johan voere Adolf van Kleef oorlog. Is mede hierdoor het gilde misschien
ontstaan? De hertog van Kleef was de overwinnaar en nam Johan Heer van
Heinsberg gevangen.
De afkoopsom was 10400 oude schilden, maar daar Johan geen geld bezat, gaf hij
de Halfscheid Gennep. Daarmee kwam hij in 1426 op vrije voeten.
De overige Halfscheid, kocht Hertog Adolf van Kleef in het jaar 1442 voor 7000
gulden en daardoor behoorde de hele Heerlijkheid Gennep aan het Kleefse land,
dus ook Oeffelt.
De
Heerlijkheid Gennep bestond uit 4 parochies:
Sint Martinus
Gennep
Sint Dionysius
Heijen
Sint Lambertus
Ottersum
Salvator Mundi
Oeffelt
Na
de inlijving werd Gennep een Dorstambt en dat bestond weer uit 3 gerichten :
Schepenbank Gennep
Laatbank Heijen
Schepenbank Oeffelt
De
schepenbank Oeffelt was een aanzienlijke parochie, dat blijkt uit een
belastingregister uit 1450. oeffelt werd aangeslagen voor Hfl. 150,00, Gennep
voor maar Hfl. 75,00. Daaruit mag het belang en het gewicht van Oeffelt worden
afgeleid en het is dan begrijpelijk dat er een gilde bestaat.
De
Oeffeltse kerk werd oorspronkelijk vermeld als “ecclesia sti salvatoris”.
Het gilde heeft waarschijnlijk in navolging van de kerk deze naam gekozen en
Salvator Mundi als patroonheilige. Salvator Mundi betekent “Verlosser van de
wereld”. De kerk had meerdere altaren, o.a. het hoogaltaar, het altaar van
Sint Salvator, het altaar van Sint Catharina en van de Heilige Maagd Maria.
Het gilde had dus een eigen altaar. Daardoor had ’t gilde recht op een
gedeelte `van de inkomsten van dit altaar.
Het Gilde Salvator Mundi trok mee in talloze processies vooral ter bescherming
van de gelovigen.
Foto’s
en ander archiefmateriaal van voor 1922 zijn er niet. Gelukkig zijn er nog wel
oude zilveren koningsschilden in ons bezit. Het oudste koningsschild dateert
uit 1738.
Na
de tweede wereldoorlog was het gilde een beetje in verval geraakt. De
interesse was maar matig, maar in 1956 onder het voorzitterschap van P.
Rooyakkers herleefde het gilde weer. In de eerste helft van het jaar had men 6
leden en na 1 september 48 leden. In 1956 kreeg men ook een eigen schutsboom
voor het jaarlijks koningsschieten.
"Het
verleden is de basis voor een goede toekomst met tradities".

De
groepsfoto is genomen in 1956 ter gelegenheid van de heroprichting.
Van de laatste 50 jaren is veel archiefmateriaal bewaard gebleven. Het maken van foto’s, video’s en het gebruik van de computer zorgden voor een gemakkelijker samenstellen van een archief.
Hoogtepunten uit deze laatste 50 jaren, waren:
1959: Tijdens het Landjuweel in Tilburg behaalden de vendeliers de ereprijs, geschonken door de voormalige Koningin, prinses Wilhelmina.
1962: Het Gilde behaalde de ereprijs op het Landjuweel in Eindhoven.
1964: Het opluisteren van het défilé op Soestdijk ter ere van de verjaardag van Koningin Juliana op 30 april. Het Gilde organiseerde met succes voor het eerst na de heroprichting een Vrije Gildendag.
1969: Wisseling Hoofdman: Piet Rooyackers droeg het voorzittersschap over aan Jacques Haerkens.
1970: Voor het eerst werd een koningin en hofdames toegevoegd aan het Gilde. Dit was Koningin Maria Haerkens.
1972: De vendeliers namen deel aan een manifestatie in Parijs ter gelegenheid van de Nationale Feestdag op 14 juli
1974: De tamboers deden mee aan de Taptoe in Delft.
1980: Een afvaardiging van het Gilde was aanwezig bij de troonwisseling koningin Juliana en koningin Beatrix.
1985: Het Gilde was aanwezig bij het bezoek van Paus Johannes XXIII op het vliegveld Beek (L).
1986: Voortaan werden vrouwelijke tamboers toegestaan. Het Gilde kreeg een nieuw vaandel.
1988: Het Gilde luisterde het feest op rond de herbenoeming van de Salvatorkerk met de feestelijke onthulling van het gevelbeeld en de opening van de tentoonstelling, waar ook gildenattributen werden tentoongesteld.
1993: Het Gilde behaalde de ereprijs tijdens het Landjuweel in Etten Leur.
1994: Hoofdman Jacques Haerkens werd na 25 jaar benoemd tot ere-voorzitter.
1997: Benoeming nieuwe Hoofdman Leon Dekkers.
1998: Marco Robins wordt gemeentekoning van de Gemeente Boxmeer (In 1995 kwam Oeffelt bij de gemeente Boxmeer, na 180 jaar zelfstandig een gemeente te zijn geweest.)
2002: Voortaan werden vrouwelijke leden toegestaan.
2004: Behaalde het Gilde tijdens de Vrije Gildendag te Heeswijk de ereprijs.
2005: Benoeming Will Fransen tot nieuwe Hoofman.